
U bent hier: Kennis &.. » Neonatale gehoorscreening

Wat is de neonatale gehoorscreening?
Wanneer wordt de gehoorscreening gedaan?
Hoe wordt de gehoorscreening gedaan?
Wie doet de gehoorscreening?
Wat is uitslag van de gehoorscreening?
Wat is de OAE - methode?
Wat is de A-ABR - methode?
Wat is de neonatale gehoorscreening?
De neonatale gehoorscreening is een gehoortest waarbij gemeten wordt of een pasgeboren baby voldoende hoort voor een normale spraak en taalontwikkeling.
Alle kinderen die in Nederland geboren worden, of zijn komen wonen voor de leeftijd van zes weken, komen in aanmerking voor deze gehoorscreening.
Dit geldt niet voor de kinderen die langer dan 24 uur op een neonatale intensive care unit (NICU) hebben gelegen. Deze “NICU” kinderen worden gescreend via een apart screeningsprogramma in het ziekenhuis.
Jaarlijks wordt de neonatale gehoorscreening uitgevoerd bij ruim 180.000 pasgeborenen.
Wanneer wordt de gehoorscreening gedaan?
De gehoorscreening vindt in principe thuis plaats in combinatie met de hielprik op de leeftijd van 4 tot 7 dagen. Een screening op het consultatiebureau voor zuigelingen, in de derde week na de geboorte, is een alternatief voor de jeugdgezondheidszorg organisaties die de hielprik niet in hun pakket hebben.
Hoe wordt de gehoorscreening gedaan?
Er wordt gebruik gemaakt van een drietrapsscreening. Voor de 1e en 2e screening wordt de OAE-methode (Oto Akoestische Emissies) gebruikt. De 3e screening wordt uitgevoerd met de A-ABR- methode (Automated Auditory Brainstem Response). De screeners voeren de screening uit volgens een standaard protocol.
Wie doet de gehoorscreening?
De eerste en tweede screeningen worden thuis uitgevoerd door getrainde en geautoriseerde OAE-screeners op minimaal Mbo-niveau, aangevuld met een paramedische opleiding. Deze OAE-screeners zijn werkzaam bij een jeugdgezondheidszorg organisatie, soms gecombineerd als kraamverzorgende, consultatiebureauassistente of als wijkverpleegkundige.
De OAE-screeners voldoen aan kwaliteitseisen waarop ze getoetst worden. Zij dienen minimaal 150 kinderen per jaar te screenen om voldoende ervaring op te bouwen en te behouden.
De derde screening wordt thuis uitgevoerd door een regiocoördinator of een speciaal opgeleidde screener voor derde screeningen.
De regiocoördinator zorgt voor het bewaken van de kwaliteit en het verloop van het screeningsproces met behulp van een speciaal hiervoor ontwikkeld administratieprogramma: ‘het Centraal Administratiesysteem Neonatale Gehoorscreening’(CANG).
De regiocoördinator ondersteunt de uitvoerders van de 1e en 2e screening en zij zijn binnen de jeugdgezondheidszorg organisaties in Nederland, de centrale aanspreekpersonen voor alle externe partners.
Wat is uitslag van de gehoorscreening?
Voldoende bij een 1e of 2e gehoorscreening betekent dat aan beide oren goede reacties zijn gevonden. Een kindje hoort dan voldoende om goed te leren praten.
In verband met het leren praten worden de ouders geadviseerd bij een verkoudheid van 3 maanden of langer naar de huisarts te gaan om advies te vragen. Er kan namelijk vocht in het middenoor zitten, waardoor een kindje tijdelijk minder goed kan horen. Dit kan de spraak en taalontwikkeling belemmeren.
Bij een voldoende uitslag ontvangen ouders een folder waarin ze een en ander nog eens na kunnen lezen.
Onvoldoende bij een 1e gehoorscreening betekent dat er aan een of beide oren niet is aangetoond dat het oor goed functioneert. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor een onvoldoende resultaat. Je kunt denken aan bijvoorbeeld een onrustige baby, een onrustige omgeving, oorsmeer of een verkoudheid waardoor er vocht achter het trommelvlies kan zitten.
Als de uitslag bij de 1e screening onvoldoende is, maakt de screener een nieuwe afspraak voor een 2e screening met de OAE-methode, dit gebeurt 4 tot 7 dagen later.
Onvoldoende bij een 2e gehoorscreening betekent hetzelfde als een onvoldoende resultaat bij een 1e gehoorscreening. Als de uitslag bij een 2e screening onvoldoende is, komt het kindje in aanmerking voor een 3e screening met een andere screeningsmethode, de A-ABR methode.
De screener geeft de meetgegevens en gegevens van het kindje door aan de regiocoördinator. Deze belt de ouders om een afspraak te maken voor de uitvoering van een 3e screening en geeft de ouders instructie om het kindje zo goed mogelijk voor deze screening voor te bereiden (o.a. geen badolie/olie/lotion op het huidje, voeden voor het tijdstip van screenen).
Onvoldoende bij een 3e gehoorscreening betekent dat er aan een of beide oren niet is aangetoond dat het oor goed functioneert. Er kunnen verschillende oorzaken zijn zoals bijvoorbeeld een onrustige baby, een onrustige omgeving, oorsmeer of een verkoudheid waardoor er vocht achter het trommelvlies kan zitten. Maar het kan ook zijn dat het oor werkelijk niet functioneert. Het is belangrijk om bij het audiologisch centrum te laten onderzoeken of er iets aan de hand is en zo ja, in welke mate.
De betekenis van een onvoldoende screening wordt door de regiocoördinator aan de ouders uitgelegd. De ouders ontvangen een folder waarin ze een en ander nog eens na kunnen lezen.
De huisarts en de consultatiebureaurts worden van het resultaat op de hoogte gebracht.
De ouders krijgen het advies om het gehoor van hun kind verder te laten onderzoeken op een audiologisch centrum en worden door de regiocoördinator verwezen.
Wat is de OAE - methode?
De OAE-methode wordt gebruikt bij de eerste en tweede gehoorscreening. OAE staat voor oto-akoestische emissies. Deze term verwijst naar de geluidjes die een gezond oor produceert als reactie op geluid. Deze emissies (OAE’s) zijn heel zwak en kunnen alleen worden gemeten door de gehoorgang af te sluiten. Dat gebeurt door middel van een zacht dopje waarin een luidsprekertje en een microfoontje zijn gemonteerd. Via de luidspreker worden klikgeluidjes geproduceerd, via de microfoon worden de emissies opgevangen en geregistreerd.
Het oordopje is via een kabeltje met een meetapparaat verbonden. Bij een voldoende resultaat geeft het meetapparaat de uitslag ‘pass’. Als er onvoldoende OAE’s worden gemeten, geeft het apparaat de uitslag ‘refer.
Als met de OAE-methode tijdens de eerste en tweede gehoorscreening geen voldoende gehoor kan worden aangetoond, volgt een screening met de A-ABR-methode.
Wat is de A-ABR - methode?
Als tijdens de eerste twee screeningen met de OAE-methode geen voldoende gehoor aan één of beide oren wordt aangetoond, voert de regiocoördinator een derde screening uit. Deze screening wordt uitgevoerd met de A-ABR-methode.
A-ABR staat voor Automated Auditory Brainstem Response. Bij deze methode worden drie plakkertjes aangebracht op de huid van de baby op het voorhoofd, in de nek en op de schouder. Op elk oor wordt een zogeheten ‘earcoupler’ aangebracht. Via deze earcouplers wordt 34 keer per seconde een geluid aangeboden aan elk oor (37 keer voor een enkelzijdige meting). De plakkertjes zijn verbonden met elektroden, die de elektrische activiteit tot op hersenstamniveau registeren als reactie op het aangeboden geluid.
De elektroden zijn via een kabeltje verbonden aan een meetapparaat, dat berekent of al dan niet sprake is van een voldoende reactie op het geluid. Die berekening kan tot twee uitslagen leiden: ‘pass’ (voldoende) of ‘refer’ (onvoldoende).
Informatie is te verkrijgen bij de afdeling Vroegtijdige Onderkenning Gehoorstoornissen van de NSDSK, tel. 020 5745945 of per mail: nsdsk@nsdsk.nl
U kunt ook de website bekijken van het RIVM:
www.rivm.nl/gehoorscreening (voor ouders)
www.rivm.nl/pns/gehoorscreening (voor professionals)
| NSDSK |
| Lutmastraat 167 |
| 1073 GX AMSTERDAM |
![]() | 020-5745945 |
![]() | 020-5745950 (tekst) |
![]() | 020-5745959 (helpdesk neonatale gehoorscreening) |
![]() | fax 020-5745920 |
![]() |